Het moment

Véreilhes - 15 augustus 2008

Beste Jan Boesman,

Ik ben net terug van vakantie. Met loden voeten betrad ik vanochtend mijn kantoor. Gemaakt vriendelijk was ik tegen collega’s. Vals enthousiast las ik mijn mails. Af en toe stiekem een traan wegpinkend, denkend aan betere tijden. Betere tijden, die zo kortbij liggen, maar in het verleden. Want gisterenochtend nog verliet ik de blauwe hemel van de Hérault, wuifde ik La Sieste tot ziens, keek ik nog eens naar de mijnlamp in Le Bousquet. En nu, nu pendel ik weer tussen Zoutleeuw en Hasselt, en verdien in het zweet van mijn aanschijn mijn dagelijks brood.

Wat uiteraard uw zorg niet is. Ik heb in de Hérault ten zeerste genoten van uw boek “De vliegende neger & de kleine koningin”. Met ampersand, zoals bij de tsjeven van CD&V. De meeste boeken over koers die een mens nu koopt gaan over Tom Boonen, of over doping in het peloton, of over Eddy Merckx. Dat van u gaat terug naar de tijd dat koers nog een sport was voor aristocraten op stijlvolle pistes. Zoiets als Wimbledon en de Grote Prijs F1 van Monaco in deze tijden.

Ik las dus, en reed dan over de Col de Dio, en de Col de la Merquière. En de volgende dagen herhaalde ik het ritueel. Met de Col des Baumes, de Col de la Pierre Plantée, de Col de l’Homme Mort en de Col de la Baraque de Bral. En eerlijk gezegd, het klinkt veel indrukwekkender dan het is. Want de hoogste van de ganse rij kwam in de buurt van de 700 meters, en was bij lange geen Tourmalet, laat staan een Tre Cime of een Angliru. En ik las in uw boek dat zonder Géo Lefèvre waarschijnlijk geen menselijk wezen gek genoeg geweest zou zijn om cols op te rijden.

Col de la Pierre Plantée

In uw epiloog las ik over het gebrek aan Taylor in de wielerboeken in het Nederlandse taalgebied. Een foto in een boek over de zesdaagsen, een weetje over zijn startgeld, enkele regels in de meeste wielerencyclopedieën. Het doet de grote pistier tekort. En toch, toch kende ik Taylor al van vroeger.

Eind jaren zeventig van de vorige eeuw kreeg ik (van mijn grootouders, denk ik) “100 jaar wielersport” cadeau. Een boek van Georges Matthys, auteur en oprichter van Gent-Wevelgem. Hij beschrijft de geschiedenis van de 100 jaren aan de hand van een korte biografie van 92 wielrenners. Van Charles Terront tot Francesco Moser. Marshal Walter Taylor, geboren op 8 september 1878 te Indianapolis staat er bij, op bladzijde 35 en 36. Ook Jacquelin, Zimmerman en Ellegaard zijn er bij.

Mijn versie van “100 jaar wielersport” heeft de tand des tijds maar net doorstaan. De rug is er af, en de bladeren hangen los. Maar u mag ze altijd eens komen inkijken. Matthys schrijft “Hij was trouwens ook zeer bijgelovig en wilde nimmer cabine nr. 13″. Wie van u moet ik nu geloven?

Reacties

  • Beste Luc Purnelle,

    fijn dat u het boek heeft gelezen. De uitgeverij gaf me de coördinaten van uw site, alwaar mijn oog eerst werd afgeleid door enkele parteltjes uit de ‘black & light’ - sectie, om uiteindelijk te landen bij het voor mij bestemde stuk.

    Om meteen ter zake te komen: Georges Matthys, wiens boek ik ook even in handen heb gehad, heeft het fout. Dat kan hem amper verweten worden. Wie 92 rennerlevens beschrijft, kan onmogelijk voor elk van hen hetzelfde opzoekingswerk hebben gedaan als ikzelf voor die ene renner (of hij zou 92 jaar aan zijn boek moeten hebben gewerkt).

    Het nummer 13 was wel degelijk Taylors geluksgetal. Het zou mij te ver leiden alle krantenartikels te vermelden die iets vertellen over “het vreemde bijgeloof van de neger”. Maar als u interesse heeft, en in de buurt van Gent bent, mag u ze altijd even komen inkijken. Als u voldoende vertrouwen schenkt aan secundaire bronnen, volstaat het misschien de Major Taylor-biografie van mijn vriend Andrew Ritchie ter hand te nemen (’Major Taylor: the extraordinary career of a champion bicycle racer’, uit 1988). Zoek in de inhoudstafel naar ‘Number Thirteen, Taylors preference’.

    Wellicht heeft dhr Matthys tijdens zijn speurwerk iets zien staan over een nummer 13, en gemakshalve aangenomen dat dit Taylors ongeluksgetal was, wat logischer had geleken. Niet dus. Overigens heeft Matthys ook Taylors geboortedatum fout. Dat moet 26 november 1878 zijn.

    Ik beweer zeker niet zonder fouten te zijn, maar wat dat bijgeloof betreft: gelooft u me maar.

    Merci voor uw reactie,
    en vriendelijk groet,

    jan (die, Tourmalet of niet, vindt dat een col een col is. Dat is niets om bescheiden over te doen. Zelfs België kent er een paar. Mijn favorieten wielerboek kent u vast ook: “Cotacol: 1000 hellingen van België.” Met voor elk beetje bergop een grafiek. Magnifiek.)

    Door jan boesman op 02 September 2008

© 2007 - 2011 Wielerblog 'Het Moment' door Luc Purnelle
© 2013 - Website by Erik Van Breugel
All rights reserved - powered by ExpressionEngine