Het moment

Meyrueis, Lozère - 26 juni 1977

Zo begint de absolute klassieker “De Renner” van Tim Krabbé. Krabbé (°13 april 1943) is de broer van de befaamde acteur Jeroen Krabbé, en was in zijn jonge jaren een grootmeester in het schaken. Daarenboven was hij journalist (hij schreef onder andere voor Vrij Nederland), en werd hij in 1967 voltijds schrijver, wat resulteerde in 26 literaire boeken, een handvol literaire prijzen, zes verfilmingen, een hoop schaaklectuur en dus “De Renner”. “De Renner” is de beste wielerroman ooit geschreven. “De Renner” leest als een naar de massasprint daverend peloton. “De Renner” is een absolute must voor iedereen die ooit meer dan vijf kilometer op een fiets gezeten heeft. Er is voor noch na “De Renner” ooit een beter wielerboek geschreven.

De Renner

Oh ja, er waren verdienstelijke pogingen. “De proloog” van Bert Wagendorp is absoluut een aangenaam boekje. Jos Vandeloo probeerde iets met “De beklimming van de Mont Ventoux”. Gijs Zandbergen en Marco Pinotti schreven literaire brieven in “Verlangen naar de Giro”. Willie Verhegghe schreef heroïsche wielergedichten in “Renners sterven niet”. En ook bij Paul Rigolle kan je terecht voor meer dan zo maar wat verhaaltjes uit de koers. Zelfs Dimitri Verhulst schreef deze zomer in Humo zijn eigen kleine renner, zijn relaas van zijn beklimming van de Tourmalet. Maar de enige norm, de standaard, het ijkpunt blijft “De Renner”.

Het verhaal is simpel. Maar voor ik het vertel misschien wat meer over de auteur. Tim Krabbé reed op 11 maart 1973, net geen dertig jaar oud zijn allereerste wielerwedstrijd, een tijdrit over 33 kilometer, waarin hij 41ste op 49 werd. Hij ontpopte zich de jaren daarna tot een verdienstelijk amateurwielrenner. “De Renner” beschrijft het verloop van zijn driehonderdnegende wedstrijd, de Ronde van de Mont Aigoual, een geaccitenteerde koers in de Cevennen. Tussendoor flashbacks naar de vorige 308 wedstrijden, of verhalen uit de rijke wielergeschiedenis. En dit alles denderend in het wiel van zijn voornaamste rivalen, hijgend in de klim of bibberend in de bochten van angstwekkende afdalingen.

Één stukje wil ik je niet onthouden. Omdat ik het zelf meemaakte. Omdat het zo herkenbaar is. Het gaat over de Mont Ventoux, die vreselijke puist in de Vaucluse. “Het bos is het ergste. Meer dan tien kilometer klim je langs hellingen van wisselende steilte, maar steeds van meer dan tien procent. Een ritme vind je niet. Staan op de pedalen helpt niet en zitten in het zadel helpt niet. Drieënveertig door drieëntwintig delen is onmogelijk. Iedere gedachte rolt onmiddelijk achterwaarts je hoofd uit. Een goede tijd maken lukt niet. Je komt er op of je komt er niet op; je horloge trekt zijn eigen plan.”

De eerste druk van “De Renner” verscheen in 1978, maar het boek is geen alinea gedateerd, carbon-kaders, klikpedalen en shifters aan het stuur ten spijt. Het is een demarrage van Bahamontes, een tijdrit van Anquetil, het werelduurrecord van Merckx. 129 bladzijden ademloos. De spannendste koers van het jaar. Van het jaar? De spannendste koers die je je herinnert. Waarvoor je voor de TV bleef zitten, en telkens opnieuw wilde rechtstaan. Met commentaar van Mark Uytterhoeven en Fred De Bruyne. En Jan Wauters op de moto.

Reacties

© 2007 - 2011 Wielerblog 'Het Moment' door Luc Purnelle
© 2013 - Website by Erik Van Breugel
All rights reserved - powered by ExpressionEngine