Het moment

Col de Madale - 18 augustus 2009

Beste Peter Winnen,

43°C. Dat geeft mijn fietscomputertje aan, als ik tussen de Col de Pierre Plantée en de Col de Madale langzaam naar boven rij. Anderhalve liter water, intussen bijna op kooktemperatuur, uit mijn drinkbussen is al op, en de bijkomende voorraad water en cola die ik in Saint-Gervais-Sur-Mare insloeg, slinkt aan een schrikwekkend tempo. Als er toch even een briesje opsteekt - bij deze temperatuur is zelfs tegenwind bergop een zegen - voelt de wind aan alsof hij uit een hete-lucht-oven komt. Mijn lichaam heeft het debiet van een stevige bergrivier. Ik had nooit gedacht dat ik zo veel porieën had, en al evenmin dat zo’n porie zulke hoeveelheden vocht naar buiten kon brengen. En op dat bijna smeltende, korrelig asfalt is geen plekje schaduw te bekennen. Hoewel mijn planning mij naar de Col de l’Espinouse zou voeren, besluit ik boven op de Madale naar Lamalou-les-Bains te zoeven, en daar een terras op te zoeken. Uitdroging op een bosweg waar nauwelijks verkeer is, lijkt me geen prettig vooruitzicht.

Col de Madale

Tussen het fietsen door verslind ik jouw “Van Santander naar Santander“. Een boekje over wielrennen, geschreven door een wielrenner, dat daarenboven nog leest als een trein, welke vakantielectuur wil een mens nog meer? Je boek zit ook midden in die gouden jaren van het Nederlandse wielrennen. Natuurlijk waren er Wim Van Est geweest, en Wout Wagtmans. Jan Janssen, en zelfs Harm Ottenbros. Maar sinds Joop Zoetemelk van efficiëntie een deugd maakte, kreeg Nederland plots iemand die elke heerser elke Tour opnieuw het vuur aan de schenen kon leggen. Aangevuld met Kuiper, Raas en Kneteman, en ondersteund door het systeem Peter Post, was het vaak al oranje wat de klok sloeg.

En de weelde hield niet op. Jijzelf kwam, als piepjonge prof, al dadelijk de hele pikorde verstoren. Johan van der Velde, Steven Rooks, Erik Breukink, Gert-Jan Theunisse, de Hollanders produceerden enkele jaren de beste ronderenners ter wereld. Tussen de lijnen door, lees ik wel dat dat niet enkel aan groot talent en veel training te danken was. Het zal ook wel niet toevallig geweest zijn dat de eerste grote louche zaak in de Tour in de jaren ‘90 de PDM-affaire was. En toch, en dat schrijf jij ook, was doping in de jaren ‘80 van vorige eeuw nog kinderspel, puur amateurisme, waarbij soigneurs hormonen en vitamines door mekaar klutsten, en maar wat aanmodderden.

Het hele dopingbeleid was trouwens een lachertje, waarbij schorsingen vaak “met uitstel” werden uitgesproken, en betrapten in grote rondes zelfs in de wedstrijd mochten blijven, na het ontvangen van een tijdstraf en/of geldboete. Pas toen de Italianen op grote schaal met EPO aan de slag gingen, kon men van ezels koerspaarden maken. Het was zelfs niet toevallig dat er veeartsen mee in het circuit zaten (Landuyt, bijvoorbeeld, de persoonlijke bevoorrader van nationale wielerheld Johan Museeuw).

Maar ik ben je te kort aan het doen, je boek gaat nauwelijks over doping. Het beschrijft wel op een heerlijke manier de pijn, de verbetenheid en het doorzettingsvermogen die renners nodig hebben om te overleven in het wielerpeloton van de jaren ‘80, karaktertrekken waaraan ik die bewuste dinsdag op de Col de Madale zelfs geen begin wilde maken. En over de relatie met verzorgers, ploegleiders en ploegmaats. De weerslag op liefdesrelaties. De bekrompenheid van het wielermilieu, soms… Ik heb er van genoten. Blijft mij echter één vraag, beste Peter. Wie is Hans?

Met vriendelijke groeten

Luc Purnelle

Reacties

© 2007 - 2011 Wielerblog 'Het Moment' door Luc Purnelle
© 2013 - Website by Erik Van Breugel
All rights reserved - powered by ExpressionEngine