Tempeesten. Van het verouderde “tempeest”, het Franse “tempête”, een zelden of nooit gebruikt woord voor noodweer. Enkel in het wielrennen verschijnt het nog wel eens, uitgesproken vanop een natte motor, liefst op het moment dat een kasseistrook genomen wordt, ergens tussen Parike en Mater.
Als het in Vlaanderen tempeest is de lage lucht er grijs als leisteen, zoals in Brels vlakke land, en natte westenwinden gieren van venijn. Terwijl het land helemaal niet vlak is, en achter elke bladloze treurwilg een pijnlijk scherpe puist opduikt, of de weg verwordt tot onzichtbaar vals plat dat tergend in de kuiten bijt.
(lees verder)
U had het misschien nog niet gemerkt, maar het wegseizoen wielrennen is alweer even bezig. Niet dat ik het gemerkt heb. Tussen begin december en eind januari ben ik er welgeteld 2 (twee) keer in geslaagd om fatsoenlijk met de fiets op de weg te geraken. Alle andere pogingen werden vergald door sneeuw, ijzel, gietende regen of een te volle agenda. Zodat kilometers malen op de hometrainer de weg moeten banen naar de Ventoux in juni. Voorlopig althans. Volgende winter ook eens een stage in Mallorca plannen, of zo. Maar dit geheel terzijde. Het wegseizoen is dus begonnen, en de renners rijden zelfs al in Europa. Zo won Borut Bozic de eerste twee ritten van de Ster van Bessèges.
Hij weet het nog niet, maar ik ben de geluksbrenger van Kevin Pauwels. De vorige cross die ik live bijwoonde, was de Druivenveldrit in Overijse in 2008. Pauwels won er zijn eerste veldrit bij de Elite, door Boom en Nys in de spurt te kloppen. Vandaag was ik in Zolder, en Pauwels won er zijn eerste wereldbekerveldrit. En daar was helemaal niks op af te dingen, de verzamelde concurrentie kreeg in het beste geval enkel zijn achterwiel te zien. Al had ik wel enig medelijden met Sven Nys die twee keer stevig tegen de vlakte ging, en de laatste veldritten blijkbaar nogal vaak de grond opzoekt. Als uitsmijter gooide Pauwels er in een Sporza-interview voorwaar twee volzinnen uit. 26 december 2009, a star is born. (lees verder)